Verboden om je vinger op te steken

Gemiddelde leestijd: 7 minuten
verboden-vingers-opsteken-onderwijslessen

Het is dinsdagochtend het tweede uur. De leerlingen van mijn 4havo klas hebben thuis één van mijn YouTube video’s bestudeerd over vraag & aanbod en ik begin de les met het stellen van vragen over de stof, om er een gevoel bij te krijgen of ze het begrepen hebben.

Zoals gebruikelijk steekt een viertal leerlingen de hand fanatiek omhoog. Ik geef het woord aan Joost, die mij feilloos antwoord weet te geven op mijn vragen. Hij weet een glimp van trots maar moeilijk te verbergen, terwijl hij onderuit zakt op zijn stoel. Tegelijkertijd zie ik in mijn ooghoek dat Lisanne enigszins teleurgesteld kijkt, een blik die ik zelf interpreteer als: “ik wist het antwoord ook hoor meneer, ik wilde het graag zeggen!”. Bij een volgende vraag geef ik daarom met een glimlach Lisanne de beurt en ook zij beantwoordt, met lichte trots, de vraag die ik op dat moment stel. Niets op aan te merken.

Op dat moment heb ik als docent gehoord wat ik wilde horen. Ik zie op de klok dat er alweer tien minuten verstreken zijn en aangezien er nog meer moet gebeuren besluit ik verder te gaan. Daarom sluit ik af met de volgende woorden: “zijn er nog vragen?”, waarna geen reactie volgt. “Begrijpt iedereen wat er zojuist gezegd is?”. Her en der wordt ja geknikt en in sommige gevallen word ik passief aangestaard.

Herkenbaar? Voor mijzelf geldt in ieder geval dat een situatie als deze, in de eerste jaren van mijn carrière als docent, eerder regel dan uitzondering was. Was ik tevreden over het verloop van de les in bovenstaand voorbeeld? Met een aantal jaren extra ervaring kijk ik er in ieder geval heel anders naar dan toen op dat moment. Maar ook toen al voelde ik wel aan dat er iets knelde. Bewust of onbewust wist ik wel dat lang niet elke leerling had nagedacht over mijn vragen en ik zag toch ook zeker de leerlingen die ‘keken alsof ze water zagen branden’. Op dat moment wist ik echter niet hoe ik het anders moest doen en in sommige gevallen praatte ik het in mijn hoofd gewoon recht met gedachten als: “Er is nu eenmaal niet meer tijd om mezelf ervan te vergewissen dat álle leerlingen het snappen, de klas is immers zo vol met 30 leerlingen en daarnaast hebben leerlingen toch ook een eigen verantwoordelijkheid om mee te doen. Doen ze dat niet, dan hebben ze daar zelf voor gekozen.”

Wat had ik, met de kennis van nu, anders willen doen? Allereerst ga ik in bovenstaand voorbeeld op vingers af. Geen vinger opsteken betekent voor de leerling dus ook dat hij geen moeite hoeft te doen of het risico hoeft te lopen dat hij publiekelijk een fout antwoord geeft. Ik geef op deze wijze dus toestemming aan leerlingen om zich te onttrekken aan de onderwijssituatie! Dit onttrekken gebeurt niet per se omdat een leerling niet mee wil doen, maar veelal omdat een leerling bang is om fouten te maken in het bijzijn van een groep andere leerlingen. Het resultaat is dat er door deze leerlingen weinig tot niets geleerd wordt op dat moment. Als je toch niet aan het woord komt, hoef je immers ook niet na te denken. De enige leerling die wel zijn hand op zal steken is de ‘sterke’ leerling omdat deze maar wat graag wil laten zien dat hij het antwoord weet.

Daarnaast heb ik nu natuurlijk geen enkel idee hoe het met de kennis over de stof zit van de overige leerlingen. En een algemene vraag als “zijn er nog vragen?” zal weinig leerlingen motiveren om aan te geven dat zij iets niet begrijpen. Daar krijg ik pas feedback over op het moment dat het al te laat is: na de toets.

Het allerbelangrijkste aspect van deze situatie is echter het feit dat ik een klassiek staaltje externe attributie laat zien; de oorzaak van het feit dat het rendement van dit deel van deze les waarschijnlijk niet bijzonder hoog was zocht ik lekker buiten mezelf. En dat lost natuurlijk niets op. Die klas wordt niet kleiner en de leerlingen veranderen hun gedrag niet zomaar.

Gelukkig kan het ook anders. Binnen mijn eigen invloedssfeer.

Geïnspireerd door de prachtige documentaire The classroom experiment heb ik een belangrijke verandering doorgevoerd in mijn lessen:

Het opsteken van je vinger is verboden, tenzij je een vraag hebt.

Wanneer ik een vraag stel, kies ik na enige bedenktijd zelf een leerling uit om de vraag te beantwoorden. Elke leerling voelt op deze manier de ‘druk’ om na te denken over de vraag en de kans is dan groter dat ze daadwerkelijk gaan nadenken over de stof. En dat wil je als docent natuurlijk zien gebeuren. Om ervoor te zorgen dat de leerling echt willekeurig wordt uitgekozen, gebruik ik een random name selector die ik met de beamer projecteer. Dit geeft meteen een ‘show-elementje’ en dat wordt door mijn leerlingen zeer positief gewaardeerd. Als low-tech oplossing kun je hier ook prima ijsstokjes gebruiken met daarop de namen van de leerlingen, zodat je bij elke vraag een willekeurig stokje kunt pakken.

Deze manier van werken garandeert natuurlijk nog steeds niet dat elke leerling mee blijft denken, maar de kans is veel groter dat er over de gestelde vraag is nagedacht en als docent ontvang ik realistischer feedback over het niveau van mijn leerlingen omdat ik simpelweg meer verschillende leerlingen aan het woord hoor.

Je kunt nog een stapje verder gaan met het All Student Response System (ASRS). Elke leerling krijgt een mini whiteboard (alternatieven zijn er overigens ook) op z’n tafeltje met een stift en nadat de docent een vraag heeft gesteld, schrijft elke leerling zijn antwoord op. Vervolgens houdt iedereen zijn whiteboard omhoog en voilà: instant feedback over het begrip van de stof door de leerlingen en iedereen heeft de kans gekregen om antwoord te geven.

onderwijslessen_alle_leerlingen_doen_mee

Gaat het invoeren van deze nieuwe regel allemaal zo eenvoudig? Nee, zoals altijd laat de praktijk zich niet makkelijk vangen in theorie. Leerlingen zijn zo ontzettend geconditioneerd om een vinger op te steken, dat ze met regelmaat nog steeds de arm de lucht in gooien en dat soms dan ook direct als vrijbrief zien om het woord te nemen. Daarnaast is het vooral als docent nog niet zo gemakkelijk om deze regel consequent vol te houden, terwijl dit nou net essentieel is voor het succes van deze regel.

Verder tref ik met regelmaat een leerling die in de “ik-weet-het-niet-” of “weet-ik-veel-houding” schiet. Voorheen liet ik een leerling daar nog weleens mee wegkomen. Nu kies ik voor één van de volgende twee opties:

1) Ik schakel een zogenaamde ‘hulp-lijn-leerling’ in die hints mag geven of eventueel het juiste antwoord. De “ik weet het niet” leerling mag dan het antwoord herhalen in eigen woorden, zodat hij toch iets mee krijgt en heeft moeten luisteren naar zijn medeleerling.

2) Ik geef kleine hints om de leerling op weg te helpen en laat hem ter plekke een antwoord bedenken.

Ook heb ik ervaren dat de leerlingen die normaal altijd het antwoord mochten geven (hun vinger schoot immers omhoog), boos of gefrustreerd raakten omdat zij minder aan het woord kwamen en niet altijd meer konden laten zien hoe goed ze zijn in het beheersen van de stof. En juist het feit dat dit gebeurde bood mogelijkheden tot het leren van nieuwe lessen.

Het is namelijk een zeer waardevolle oefening voor deze leerlingen om te leren luisteren naar hun mede leerlingen en deze ook de kans te geven om hun talenten te laten zien. En natuurlijk kan het ook geen kwaad om te beseffen dat zij niet het middelpunt van het universum zijn en dat mijn les niet specifiek bedoeld is om hun ego te strelen. En dat bedoel ik op een hele positieve manier.

Daarnaast ga je met deze werkwijze meer ‘foute’ antwoorden horen en dat biedt mogelijkheden om de klas te leren dat het helemaal oké is om fouten te maken en dat het heel normaal is om niet altijd direct het juiste antwoord te weten. Van deze foute antwoorden leert een klas wat mij betreft veel meer dan één of twee leerlingen die direct het goede antwoord geven.

Het is voor mijn leerlingen nu in ieder geval een stuk minder eenvoudig om zich, om wat voor reden dan ook, aan mijn les te onttrekken en het verboden om je vinger op te steken heeft er tot mijn plezier echt voor gezorgd dat leerlingen actiever meedoen met de les en dat ik veel betere feedback krijg over het niveau van mijn leerlingen.

Tot slot nog een vraag om eens over na te denken. Waarom leren wij onze kinderen om hun vinger op te steken als ze iets willen zeggen? ’s Avonds aan de eettafel of op een verjaardag werkt dat toch ook niet zo?

Succes met experimenteren!

– Christiaan

Word je enthousiast van wat ik schrijf? Ik zou het leuk vinden als je hier beneden een reactie achterlaat.

109 Shares
Share
Share
Tweet
WhatsApp

Graag op de hoogte blijven van de nieuwste onderwijsinspiratie? Mis niets en meld je aan!

x