Leerstrategieën – wat werkt wel en wat niet

Gemiddelde leestijd: 13 minuten
leerstrategieën_wat_werkt_wel_niet

Op het gebied van ‘leren leren’ en effectieve leerstrategieën valt er nog een wereld te winnen. Veel leerlingen weten namelijk helemaal niet hoe ze moeten leren en wat wel/niet werkt bij het voorbereiden van toetsen. Helaas wordt er met leerlingen maar weinig gesproken over de manier waarop ze leren en wat daar nog aan te verbeteren valt. Voor een deel valt dit te verklaren door het feit dat docenten zelf ook niet altijd op de hoogte zijn van leerstrategieën die werken. En voor een deel wordt er op school ook gewoon te weinig tijd vrijgemaakt om stil te staan bij ‘leren leren’.

In deze blog doe ik een aanzet om kennis van leerstrategieën te vergroten. Ik geef eerst een korte toelichting over het geheugen, benoem vervolgens wat volgens wetenschappelijk onderzoek niet werkt bij het leren en tot slot deel ik een aantal bewezen leerstrategieën die wel werken. Laat ik echter allereerst aangeven welke definitie van het begrip ‘leerstrategie’ ik hanteer:

“Leerstrategieën zijn concrete manieren van leren die leerlingen bewust inzetten om het leren zo soepel mogelijk te laten verlopen; ze leren daardoor ‘hoe’ ze moeten en kunnen leren” (afkomstig uit het handboek ‘leren leren’, Verstraete & Nijman, 2016).

Leerstrategieën dienen dus niet verward te worden met executieve functies (bijv. plannen en organiseren) en randvoorwaarden voor een goed werkend geheugen (zoals slaap).

Laat ik, nu dat helder is, een kort inkijkje geven in de werking van ons geheugen.

Het geheugen

Als het om leren gaat, kunnen we het geheugen opdelen in twee dimensies:
1) ons vermogen om informatie op te slaan (storage strength);
2) ons vermogen om informatie terug te halen op het moment dat wij het nodig hebben, zowel op korte als op lange termijn (retrieval strength).

Het goede nieuws is dat geen enkele herinnering verloren gaat; geen computer kan zich meten met de ontzagwekkende kracht van onze hersenen om informatie op te slaan. Het minder goede nieuws is dat het veel vaker een hele toer is om de informatie die erin zit, ook weer terug te halen op het moment dat we het nodig hebben. De zogenaamde ‘retrieval strength’ is vaak een stuk lager dan de ‘storage strength’.

De kunst is dus vooral om ervoor te zorgen dat we niet alleen zo leren dat we de gewenste informatie in ons geheugen opslaan, maar er tegelijkertijd ook voor zorgen dat we het onszelf makkelijker maken om deze informatie ook weer terug te halen. Om dit laatste ook daadwerkelijk voor elkaar te krijgen, zal er actief geleerd moeten worden; het geheugen dient flink aan het werk te worden gezet zodat de verbindingen in onze hersenen dikker en sterker worden. Laat ik nu eerst beschrijven ‘wat niet werkt’ en gek genoeg door leerlingen wel veel wordt toegepast.

Wat werkt niet

Onze leerlingen leren vaak inefficiënt en enkel en alleen voor de korte termijn. De oorzaak hiervoor ligt vaak in het feit dat ze te laat beginnen met leren (slecht plannen) en als ze dan leren, gebeurt dit ook nog eens ‘passief’.

Met ‘passief’ leren, bedoel ik vooral dat leerlingen hun geheugen niet hard genoeg aan het werk zetten. Ze maken het zichzelf te makkelijk, waardoor het geheugen vervolgens ook niet de urgentie ervaart om iets van het geleerde zodanig te onthouden dat het makkelijk terug te halen is.

Een veel gebruikte leerstrategie is bijvoorbeeld het herlezen (of in sommige gevallen voor de allereerste keer lezen) van tekst en aantekeningen, al dan niet met een markeerstift erbij. Het effect van dit herlezen is dat het geheugen de leerling puur en alleen vertelt of de kennis wordt herkend en niet aangeeft of de informatie ook zonder de tekst nog terug te halen is. Checken of je iets begrijpt met de tekst erbij is feitelijk te eenvoudig voor het geheugen om leerstof zo op te slaan dat je het ook zonder boek een dag of twee dagen later nog steeds weet. Leren op basis van herkenning blijkt dus een slechte voorspeller van het succesvol onthouden en terug kunnen halen van informatie.

Bovenstaande manier van leren creëert voor leerlingen de illusie dat zij de stof beheersen (ook wel de fluency illusion genoemd). We kennen allemaal de leerling die een flinke onvoldoende scoort op een proefwerk en verontwaardigd uitroept: “maar ik had het zo goed geleerd en ik ‘wist’ alles”. Ouders willen hier vervolgens nog wel eens aan toevoegen dat de onvoldoende echt niet aan hun kind te wijten valt omdat zij zelf gecheckt hebben of hun kind de stof beheerste. Mensen (kinderen én volwassenen) blijken slecht te zijn in het realistisch inschatten van hun eigen kennis en vaardigheden, mede door het gebruik van ineffectieve leerstrategieën.

Leerlingen creëren met ineffectieve leerstrategieën de illusie dat ze de leerstof beheersen.Click To Tweet

Naast het herlezen van tekst is het ook geen goed idee om leerstof in één lange sessie erin te ‘stampen’. Uit onderzoek blijkt dat een leerling met deze strategie op de korte termijn wellicht voldoende scoort voor een toets, maar vrij snel daarna is het geleerde alweer volledig uit het (lange termijn)geheugen verdwenen. Het op een later moment terughalen van deze ‘erin gestampte’ informatie blijkt dan ook niet zo goed te gaan en dat is met het oog op bijvoorbeeld het eindexamen geen geruststelling.

Ook samenvatten wordt als leerstrategie afgeraden en dan voornamelijk vanwege het feit dat het correct aanleren van de vaardigheid ‘samenvatten’ veel tijd en moeite kost. In de praktijk wordt die tijd en ruimte vaak niet geboden. Leerlingen missen daardoor in hun samenvatting de essentie van stukken leerstof en schrijven of veel te veel of veel te weinig op. Mocht een leerling er wel in slagen een goede, representatieve samenvatting te maken, dan gebeurt dit vaak toch weer op een passieve manier, namelijk met de tekst erbij. Het zou effectiever zijn de samenvatting te maken op basis van wat er in het geheugen zit en deze later waar nodig aan te vullen met behulp van het lesboek en aantekeningen (zie ook ‘actief ophalen’, verderop in deze blog).

Wat werkt wel – bewezen effectieve leerstrategieën

leerstrategieënGelukkig zijn er ook leerstrategieën die de kans op succesvol leren wél aanzienlijk vergroten. Leerstrategieën die ‘actief leren’ stimuleren en voor elke leerling waardevol zijn. Ik benoem er in deze blog vijf.

1. Spreid het leren – het spacing effect
Het is voor leerlingen verstandiger om het leren te verdelen over meerdere sessies. Dus in plaats van één sessie van drie uur leren, kun je beter drie leersessies pakken van één uur en bij voorkeur op verschillende dagen. Een leerling leert in beide gevallen even lang (drie uur), maar zal een hoger leerrendement behalen met het spreiden van het leren; de stof wordt beter opgeslagen, is later makkelijker weer uit het geheugen omhoog te vissen en ook nog eens voor veel langere tijd dan wanneer maar een enkele sessie wordt geleerd.

Wat maakt nu dat het spreiden van leren beter werkt? Dat heeft te maken met het feit dat het geheugen harder moet werken. Feitelijk vergeet je (een deel van) de stof bewust weer doordat je pas een of meerdere dagen later weer naar de stof kijkt. Het geheugen moet dan meer moeite doen om de lesstof weer omhoog te halen en dat versterkt de benodigde verbindingen in de hersenen en daarmee het geheugen.

Vergelijk de werking van het geheugen met het onderhouden van een mooi groen gazon. Het werkt beter om met tussenpozen een beperkte hoeveelheid water te geven in plaats van in een keer een grote hoeveelheid water waarmee je het gazon volledig onder water zet, waardoor een groot gedeelte van het water niet opgenomen wordt.

Het spreiden van leermomenten is dus efficiënter dan te proberen alles in een sessie te leren. Het zou natuurlijk helemaal ideaal zijn wanneer een leerling dit niet alleen toepast vlak voor een toetsmoment, maar al veel eerder. Bijvoorbeeld tijdens een lessenserie. Dit kan door na afloop van de eerste les nog eens stil te staan bij wat er in de les voorbij kwam en wat er geleerd is. Vervolgens pakt de leerling na de tweede les, zowel de stof van de tweede als van de eerste les er nog eens bij en zo stapelt het leren zich op.

Een belangrijk voorwaarde voor het gebruik van deze leerstrategie is wel dat er van tevoren een goede planning wordt gemaakt. Als docent ben je hierbij van grote toegevoegde waarde voor de leerling. Deel op voorhand al je les- en leerdoelen voor een bepaald onderwerp, zodat de leerling overzicht krijgt over de leerstof.

Daarnaast kun je deze strategie ook zelf op natuurlijke wijze integreren in je lessen door regelmatig even stil te staan bij wat er vorige les behandeld is en je leerlingen op die manier te stimuleren hun geheugen aan te spreken om actief stof terug te halen. Dat laatste brengt ons bij de tweede strategie.

2. Actief ophalen – genereer de stof zelf
Om te voorkomen dat een leerling voor zichzelf de illusie creëert dat de stof er wel goed in zit, is ‘actief ophalen’ een goede leerstrategie. Actief ophalen betekent in feite dat je de leerstof opnieuw weet te produceren zonder het zien van het lesboek of gemaakte aantekeningen.

Daarbij kun je denken aan het hardop uitleggen van de stof aan jezelf of een ander of dat je de stof voor jezelf nog eens uitschrijft (bijvoorbeeld belangrijke kernbegrippen, verbanden, schema’s, formules). Vervolgens kun je datgene wat gereproduceerd is, naast het boek of je aantekeningen leggen om te checken in hoeverre de stof in je geheugen zit. Het voordeel hiervan is ook gelijk dat je weet wat je nog niet weet. De kans dat een leerling zichzelf voor de gek houdt, wordt op deze manier aanzienlijk kleiner.

Pas als het reproduceren van stof zonder hulp van lesboeken of aantekeningen volledig lukt (ook een dag of zelfs een week later nog) mag een leerling de veronderstelling maken dat de stof goed in het geheugen zit.

3. Variëren in wat er geleerd wordt
Leerlingen leren de stof vaak per onderwerp. Pas als ze het gevoel hebben dat het ene onderwerp er goed in zit, gaan ze verder met het volgende onderwerp. Het nadeel hiervan is dat deze manier van leren het geheugen lui maakt; onze hersenen staan namelijk afgesteld op het herkennen van ‘nieuwe’ informatie. Denk maar aan die keer dat je die gloednieuwe auto kocht of dat paar prachtige schoenen. De kans is groot dat je gedurende een korte tijd opeens overal dezelfde auto of hetzelfde paar schoenen zag. Na verloop van tijd was de nieuwigheid er echter af en verdween de herkenning.

Wil je de hersenen, inclusief het geheugen, prikkelen en in alerte toestand houden, doe dan vooral veel door elkaar. Zo kan de docent in de klas na het behandelen van een paar onderwerpen de boel door elkaar gooien en leerlingen oefenopgaven laten maken met elke opgave weer een nieuw onderwerp.

Leerlingen zouden bij het leren en zichzelf testen ook zoveel mogelijk af moeten wisselen en dus na een opgave over het ene onderwerp, direct weer over moeten gaan naar een opgave over een ander onderwerp. En bij het leren voor meerdere toetsen is het ook raadzaam vakken af te wisselen. Dus niet eerst alles leren van economie en dan pas naar wiskunde, maar afwisselen tussen onderwerpen van economie en wiskunde. Gooi de boel dus door elkaar.

4. De Pomodoro techniek en de Wet van Parkinson
Wanneer een leerling aan de slag gaat met leren, hebben de hersenen even tijd nodig om op te starten, soms tot wel 15 minuten. Iedere keer dat een leerling gestoord wordt, begint het proces weer opnieuw (een berichtje binnenkrijgen op de smartphone is dus al funest). Zo kan het dus voorkomen dat het bereiken van de concentratie die nodig is om goed te kunnen leren, niet gebeurt.

leren_pomodoro_techniek_onderwijslessenNaast het minimaliseren van afleiding (weg die telefoon!), biedt de pomodoro techniek uitkomst. Deze techniek werkt met het zetten van een (kook)wekker (niet de wekker op de smartphone dus) voor een kort tijdsblok van 25 minuten. Dit is de tijd die je jezelf geeft om een (deel van) een taak af te ronden. Het zetten van dit beperkte blok tijd motiveert om je doel te behalen en je daarbij niet af te laten leiden. Een klein half uur is namelijk lekker overzichtelijk en je weet dat er daarna een korte pauze aankomt. Na een pauze van maximaal 5 minuten kun je desgewenst nog een of meerdere blokken inplannen. Na vier blokken is het aan te raden een langere pauze te nemen (‘het spreiden van leren’) en denk eraan om tijdens deze blokken verschillende onderwerpen/vakken af te wisselen (‘variëren in wat er geleerd wordt’).

Als ‘leertijd’ niet wordt afgebakend, treedt Parkinson’s wet in werking. Dit betekent dat je er zelf voor zorgt dat het (leer)werk alle beschikbare tijd opvult (“…work expands so as to fill the time available for its completion”) en de kans op afleiding is vele malen groter. Ik hoor leerlingen regelmatig zeggen dat ze werk eindeloos uitstellen omdat ‘er later ook nog wel tijd is’ en ze hun tijd dus niet afbakenen met als gevolg dat ze te weinig leren en daarbovenop ook nog eens veel stress ervaren omdat ze nog steeds niet hebben geleerd.

5. Slaap als leerstrategie
Strikt genomen is slaap eigenlijk geen leerstrategie, maar wel een absolute voorwaarde voor een goede werking van het geheugen. Zonder voldoende slaap kunnen de overige leerstrategieën ook min of meer de prullenbak in. Vandaar dat ik slaap toch in dit overzicht opneem.

Men zegt ook wel: “Slapen is leren met je ogen dicht”. Tijdens het slapen werken je hersenen hard aan het verwerken van datgene wat er die dag is langskomen. Alles wordt zorgvuldig geanalyseerd, verbanden worden gelegd en informatie wordt keurig netjes opgeslagen. Goed slapen is dus essentieel en zorgt ervoor dat informatie beter wordt opgeslagen en makkelijker weer terug te halen is. Slaapgebrek verstoort dit proces aanzienlijk.

Wij hebben de ouders hard nodig bij het zorgvuldig bewaken van het aantal uren slaap. Een vermoeide leerling is immers een leerling die veel minder in het geheugen opslaat. Dat betekent dus ook dat de smartphone en tablet uit het bed geweerd dienen te worden. Het ‘blauwe licht’ van dit soort apparaten verstoort de aanmaak van slaaphormoon melatonine met als gevolg dat het aantal uren diepe slaap afneemt. Mocht de telefoon toch meegaan naar bed, dan is het slim om op te zoek te gaan naar apps die ’s avonds bepaalde scherpe tinten licht verminderden, waardoor de negatieve impact op slaap vermindert (zoeken op ‘flux’ in de appstore geeft voldoende opties).

En mocht een leerling te laat begonnen zijn met leren, dan is het altijd nog beter om ’s avonds wat langer door te gaan in plaats van ’s ochtends vroeg weer opstaan om te leren. Hetgeen ’s avonds wordt geleerd wordt immers tijdens de slaap netjes verwerkt. De kans is dan groter dat een leerling de volgende dag iets zinnigs kan zeggen over de geleerde stof.

Slotgedachte
Ervoor zorgen dat jij en jouw leerlingen op de hoogte zijn van deze leerstrategieën is natuurlijk geen garantie dat leerlingen het ook daadwerkelijk toepassen. Mede daarom hebben onze leerlingen belang bij een beetje hulp en ondersteuning, bijvoorbeeld op het gebied van plannen en het scherp hebben van leerdoelen. En natuurlijk is samenwerking met de ouders ook essentieel.

Ik hoop dat ik je met deze blog wat nuttige aanknopingspunten heb kunnen bieden.

– Christiaan

Tip: de website van de ‘learning scientists‘ heeft een aantal posters waarop de in deze blog gedeelde strategieën (en meer) heel mooi worden beschreven. De posters zijn via deze link te downloaden. Mooi voor in de klas!

Vraag: welke tips heb jij om je leerlingen effectiever te laten leren?

Ik zou het leuk vinden als je hier beneden een reactie achterlaat.

Bronnen:
Boek: ‘How we learn: the surprising truth about when, where and why it happens’ – Benedict Carey (2015)

545 Shares
Share
Share
Tweet
WhatsApp

Graag op de hoogte blijven van de nieuwste onderwijsinspiratie? Mis niets en meld je aan!

x