Mijn mentorleerling las mij de les

Gemiddelde leestijd: 7 minuten
luister_om_te_begrijpen_onderwijslessen

Hoe vaak wordt een gesprek tussen leerling en docent ook echt als zinvol ervaren door de leerling zelf? Ik vroeg het mijn leerlingen. Zij schetsten een beeld dat niet zo rooskleurig was. Allereerst vonden dat zij dat docenten überhaupt te weinig met hen in gesprek gingen en als ze dat al deden, dan was het vaak niet een ‘echt’ gesprek omdat er te weinig naar hun mening werd gevraagd. Als docent vind ik dat teleurstellend om te horen, al heb ik er voor een deel ook wel begrip voor dat gesprekjes er in de drukte van de dag weleens bij inschieten. De focus ligt ook bij mij op het verzorgen van mijn lessen.

Toch maak ik in toenemende mate tijd voor gesprekken met leerlingen. Deels omdat ik het gewoon heel erg leuk vind om met ze te praten en deels omdat ik de gedane moeite ook terugbetaalt zie. Om te illustreren wat het effect kan zijn van het een-op-een gesprek en hoe je de kans op een zinvol gesprek groter maakt, deel ik onderstaande anekdote, waarin één van mijn mentorleerlingen mij op niet mis te verstane wijze de les las.

Mijn een-op-een gesprek met Daan
Dinsdagmiddag even na drie uur. Mijn 4 havo leerlingen hebben zojuist afscheid genomen bij de deur van mijn lokaal. Ik kijk snel even om de hoek en waar ik hoopte één van mijn mentorleerlingen aan te treffen, zie ik enkel een lege gang.

Ik heb een afspraak voor een mentorgesprek met Daan, een ietwat chaotische jongen die weinig ervaring heeft met het aanbrengen van structuur in eigenlijk alles wat hij doet. Omdat ik vandaag toch erg graag met Daan in gesprek wil, besluit ik even snel naar beneden te lopen. En ja hoor, vlak voor de uitgang van de school loopt Daan me tegemoet.

“Oh shit meneer, goed dat ik u zie. Ik was het helemaal vergeten”.

Samen met Daan loop ik terug naar mijn lokaal. Onderweg praten we luchtig over hoe zijn dag is verlopen, terwijl ik me ondertussen even bedenk hoe ik het gesprek ga aanpakken. Vandaag zou ik graag wat meer willen weten over Daan’s gedrag. Tijdens mijn economie les voelt hij vaak de behoefte om de clown uit te hangen, waarbij hij zowel mij als zijn medeleerlingen stoort. Daarnaast komt Daan regelmatig te laat en heeft hij iets te vaak het idee gehad dat zijn lesrooster bestond uit vrijwillige vakken. De leerplichtambtenaar is zelfs al bij hem op bezoek geweest.

Vandaag zou ik er achter gaan komen wat er met Daan aan de hand was.

“Zo Daan, neem plaats. Hoe is het met je?”

Daan haalt nonchalant zijn schouders op.

“Het gaat prima meneer, niks bijzonders”. Hij gooit het eruit met zijn gebruikelijke, achteloze houding en op dat moment worden mijn vermoedens alleen maar sterker dat hij iets achterwege laat.
Ik besluit om Daan eerst wat positieve feedback te geven over zijn prachtige cijfers. Daarna geef ik hem zo objectief mogelijk terug wat ik in de les zie gebeuren.

“Wat maakt dat je de behoefte voelt om bepaalde opmerkingen te maken tijdens de les?”, vraag ik hem. Op dat moment reageerde hij op een manier die me nu tijdens het schrijven ook weer doet glimlachen:

“nou meneer, weet u, Michel en ik hebben het tijdens de les weleens over hoe u lesgeeft en we zijn tot een conclusie gekomen: u geeft socialistisch les!”.

Zonder precies te weten wat hij bedoelt grinnik ik oprecht. Ik had een hoop verwacht, maar dit zeker niet. “Wat bedoel je daar precies mee, Daan?”.

“Nou meneer, de les is voor mij een beetje saai. Het tempo in uw les is namelijk aangepast op dat van de zwakkere leerlingen. En ik moet vaak opletten, terwijl ik liever iets anders doe als ik het allang snap”.
Enigszins verbaasd over zijn oprechtheid en geïntrigeerd ga ik het gesprek aan door de bal bij Daan neer te leggen.

“Dankjewel voor de feedback Daan. Heb je misschien een idee hoe we het voor jou wat spannender kunnen maken?”

Tot mijn verbazing geeft Daan me tal van praktische suggesties hoe ik rekening kan houden met zijn behoeften; een soort mini-college ‘gedifferentieerd lesgeven’. Het was een prachtig, open en bovenal leerzaam gesprek.

De volgende les wil ik Daan direct laten zien dat ik hem gehoord heb, in de breedste zin van leerling_docent_succes_onderwijslessenhet woord. Hij krijgt van mij meer ruimte om te werken op een manier die voor hem prettig is. Halverwege de les kijkt hij heel even op van zijn werk. We maken oogcontact en terwijl ik hem een knipoog geef, breekt er een glimlach door op zijn gezicht. Aan het einde van de les, bij het verlaten van het lokaal, loopt Daan langs me heen en zegt: “boks meneer”. Onze vuisten raken elkaar.

Het was helemaal goed zo.

Wat heeft Daan mij nu eigenlijk geleerd?
Allereerst drukte Daan me hard met m’n neus op de feiten dat ik als docent eerst naar mijn eigen functioneren moet kijken, voordat ik me af ga vragen ‘wat er met de leerling zelf aan de hand is’. Ik was er immers van overtuigd dat er met hemzelf iets loos was. Nogal voorbarig dus. In het vervolg is het zinvoller als ik mijn aannames en (voor)oordelen bij de deur van mijn lokaal achterlaat.

In mijn ogen is het in dit gesprek verder erg belangrijk dat ik open vragen stel, waarbij ik Daan de ruimte geef om zijn visie te delen. Ik was bereid om echt naar Daan te luisteren. Niet om te reageren, maar om te begrijpen. Als ik Daan direct een rondje verwijten was gaan maken en hem ter verantwoording had geroepen, zonder hem oprecht de mogelijkheid te bieden zijn verhaal te doen, dan hadden we ongetwijfeld een heel ander gesprek gehad.

Het blijft me verrassen hoe ongelofelijk vindingrijk en zelfbewust leerlingen kunnen zijn als ik ze maar de kans geef om zich te uiten.

Waarom dus niet vaker een gesprekje?
Ondanks dergelijke anekdotes van mijn kant, met pakkende zinnetjes als ‘luisteren om te begrijpen‘, merk ik dat collega’s toch vaak terughoudend of zelfs angstig zijn om dergelijke gesprekken aan te gaan. En mogelijk geldt dit voor jou ook wel. Die terughoudendheid zit ‘m vooral in zaken als:

  • Ik voel flinke weerstand om met bepaalde ‘lastige’ leerlingen in gesprek te gaan; het is eenvoudiger om het niet te doen.
  • Welke vragen moet ik dan stellen? Ik vind het nog niet zo gemakkelijk om de ‘juiste’ vragen te bedenken en ben tijdens zo’n gesprek vaak harder aan het werk dan de leerling zelf. Het levert te vaak weinig op.
  • Wat nou als het stil valt en de leerling geeft geen antwoord? Ik kan daar als docent dan zo weinig mee.
  • Waar vind ik de tijd om dit soort gesprekjes te voeren?
Mijn tip: houd het simpel en luister meer dan dat je praat. Leg de bal bij de leerling neer.

Vaak is het stellen van de oprechte vraag ‘hoe gaat het met je?’ al een mooie ingang tot een goed gesprek. Vertoont een leerling in jouw ogen vervelend gedrag? Dan is ‘wat maakt dat je dit laat zien?’ een prima vraag. Verwijs puur naar wat jij hebt gezien. Eventueel aangevuld met het vertellen van wat het gedrag van de leerling met jouw eigen gevoel doet. Leerlingen zijn hier heel gevoelig voor. En ja, dat betekent soms ook dat je jezelf kwetsbaar opstelt. Wat je geeft, krijg je echter ook bijna altijd terug.

Tijdens een gesprek kan het best zijn dat de leerling op dat moment niet of niet direct antwoord geeft op je vragen. Ook dat is oké. Laat rustig een stilte vallen en geef de leerling gerust even de tijd om na te denken over wat je gevraagd hebt. Geef desnoods wat langer de tijd door de volgende dag een nieuwe afspraak te maken. Jouw leerling kan er dan rustig even een nachtje over slapen. Met name dat laatste kan voor de introverte leerling heel fijn zijn.

Zoek je naar tijd om gesprekjes te voeren? Bedenk dan dat dit soort gesprekjes een investering zijn in de relatie met jouw leerling. Een investering die zich dubbel en dwars terugbetaalt, niet alleen in tijd. Overigens is het voor het overgrote deel van jouw leerlingen al genoeg als je alleen al even kort bij ze informeert hoe het met ze gaat; ze zullen je dankbaar zijn dat jij ze ziet en interesse toont.

Persoonlijk zou ik je in ieder geval aan willen moedigen om regelmatig(er) een gesprekje aan te knopen met individuele leerlingen, ongeacht of je wel of niet mentor van de betreffende leerling bent. En er hoeft natuurlijk ook niet altijd direct een (negatieve) aanleiding te zijn om contact te maken. Het zal je verbazen wat het jou en jouw leerlingen oplevert. Zolang je er maar ingaat met een open vizier en de bereidheid om echt te luisteren.

En als ik jou nu zou vragen naar die ene leerling bij jou in de klas, dan is de kans groot dat jij nu meteen weet wie dat voor jou is. Ga jij het gesprek aan?

– Christiaan

Word je enthousiast van wat ik schrijf? Heb jij een goede tip voor het voeren van een-op-een gesprekjes? Ik zou het leuk vinden als je hier beneden een reactie achterlaat.

68 Shares
Share
Share
WhatsApp
Tweet

Graag op de hoogte blijven van de nieuwste onderwijsinspiratie? Mis niets en meld je aan!

x