Pedagogiek is niet voor softies

Gemiddelde leestijd: 7 minuten
pedagogisch_handelen_onderwijslessen

Terugkijkend op mijn tijd op de basisschool herinner ik me vooral een aantal afzonderlijke momenten. Momenten die in meer of mindere mate een (emotionele) impact op mij hebben gehad en bijgedragen hebben aan mijn vorming. Het gaat dan over waarden en overtuigingen over leren, over jezelf (niet) kunnen zijn, over het (on)respectvol met elkaar omgaan, over het omgaan met frustraties, over het belang van vertrouwen krijgen en wat het met je doet wanneer je dit vertrouwen niet krijgt.

De lessen die ik meekreeg, zaten verpakt in kleine en grote momenten, waarvan de leerkracht zich er waarschijnlijk niet altijd van bewust was dat hij deze lessen gaf. Vanuit mijn huidige perspectief als docent maken deze momenten mij vooral bewust van het feit dat ieder moment, iedere interactie met een kind, een pedagogisch moment is. Oftewel, een moment waarop je het kind bewust en (vaker) onbewust iets leert, iets meegeeft over jou, over het kind en misschien wel over het leven.

Er wordt nogal eens laatdunkend gedaan over het pedagogische aspect van onderwijs (vooral in het VO) en gezegd dat het vooral iets is voor ‘softies’. Kinderen moeten zich toch vooral niet aanstellen, zich gedragen en leren dat de wereld hard is (ik verzin deze woorden niet). Daarbij is de docent er zeker niet om het kind op te voeden.

Ook op de lerarenopleidingen wordt er in mijn ervaring maar weinig aandacht besteed aan pedagogiek. En dat is jammer. Sterker nog, het ontbreken van aandacht voor pedagogisch handelen is schadelijk voor het kind, voor de relatie tussen leerkracht en kind en dus voor het leren. Dat wil niet zeggen dat leerkrachten kwaadwillend zijn, maar gewoon niet goed weten hoe ‘pedagogisch’ te handelen, met alle gevolgen van dien.

Pedagogisch handelen betekent dat je handelt in het belang van het kind en dat het kind dit zelf ook zo ervaart. Hoe werkt dat pedagogisch handelen dan? Het antwoord op deze vraag is nog niet zo eenvoudig, maar het begint in ieder geval met bewustwording van de impact van ons handelen op een kind.

Laat ik, ter illustratie, eerst eens een aantal momenten uit mijn eigen geschiedenis met je delen, waarin er wel en niet ‘pedagogisch’ gehandeld werd.

Kleine momenten, grote impact

Voorbeeld 1: Schrijven
Vandaag zouden we onder andere de letter M leren schrijven. Alle voorgaande letters lukten heel goed, maar om de een of andere reden krijg ik de vloeiende beweging die tot het schrijven van een M moet leiden, niet goed onder de knie. Die dag krijg ik en alleen ik van de juf te horen dat ik vanmiddag maar even langer moet blijven, om extra te oefenen. Ze vindt het een beetje raar dat het iedereen lukt, maar mij niet.

Zelfs terwijl ik dit 20 jaar later schrijf, voel ik nog steeds wat het met me doet om buitengesloten te worden. Die dag hoorde ik er even niet bij. Het maakte me verdrietig. Het lukte me die dag ook zeker niet om de M wel goed op papier te krijgen. En ondanks dat ik geen moment geloof dat de juf de intentie had om mij dit gevoel te geven, vraag ik mij af; hoe had het anders gekund?

Voorbeeld 2: verwachtingen
Het is onrustig in de klas. Er wordt enthousiast en druk gepraat en er is even geen aandacht voor de werkwoordspelling. De meester is even de klas uitgelopen en wij grijpen onze kans. Opeens komt de meester de klas in stormen, met een van woede vertrokken gezicht. Hij smijt de deur van het klaslokaal dicht. Hij doet dit met zo’n kracht dat het ruitje in de deur eruit valt, in duizend stukken. Met open mond kijk ik naar dit schouwspel. Om mij heen wordt het plotsklaps stil. Niet uit respect, niet uit nieuwsgierigheid, wel uit angst.

Later die dag horen wij de meester luid en duidelijk praten met de juf van groep 5. Hij spreekt al zuchtend de volgende woorden: “als er één iemand van deze klas überhaupt naar de havo kan, dan mogen we onze handen dichtknijpen. Er komt niets van ze terecht”.

Ik herinner me dat ik vooral schrok van deze gebeurtenissen. Ik had nooit gedacht dat een meester, onze meester, dit zou kunnen doen en zeggen. Ik voelde me onveilig en daarnaast ook miskend. Haalde ik niet altijd mooie cijfers? En mijn eigen meester zegt vervolgens dat hij niet verwacht dat er ook maar iets van mij terecht komt.

Voorbeeld 3: immens vertrouwen
De middelbare school nadert met rasse schreden. Ik vind het allemaal best een beetje spannend. Alle scholen in de omgeving hebben hun ‘open dag’ op een en dezelfde dag gepland. Samen met mijn ouders bezoeken we maar liefst drie scholen. Na afloop heerst verwarring; ik weet het niet en ik vind het moeilijk.

De volgende dag loopt meester Schmidt op me af en zegt met zijn warme en diepe stem: “misschien moet je hier ook nog maar eens gaan kijken”. Terwijl hij dit zegt geeft hij me een lichtgeel foldertje met daarop een afbeelding van Hermes, boodschapper van de goden (zo leerde ik later). Het was een foldertje van het Felisenum, een categoraal gymnasium. Ondanks dat de kans op een open dag al verkeken was, belt mijn moeder de rector van het Felisenum en vraagt om een afspraak. Dezelfde week nog krijg ik van de rector persoonlijk een rondleiding door de school. Wat ik op al die andere scholen niet gevoeld had, voelde ik hier wel. Terwijl mijn moeder en ik weer naar buiten lopen, hoor ik mezelf met een grote glimlach zeggen: “mam, hier ga ik naartoe”.

Tot op de dag van vandaag ben ik meester Schmidt ontzettend dankbaar. Dankbaar dat hij in mij zag wat de andere leerkrachten blijkbaar niet zagen of wilden zien. Hij zag mij, in elke zin van het woord. Dat foldertje (ik heb het nog steeds) en dat ene zinnetje waren voor mij zo ontzettend belangrijk. Er sprak immens vertrouwen uit. Besefte meester Schmidt op dat moment welke impact dit moment op mij zou hebben? Geen idee. Ik weet wel dat zijn hele houding ten aanzien van kinderen anders was dan in het eerder genoemde voorbeeld met het dichtslaan van de deur.

Pedagogisch handelen vraagt om kwetsbaarheid
Elke interactie met een kind heeft de potentie om een blijvende impact achter te laten, ten goede of ten kwade. Het zou zomaar kunnen dat jij zelf ook dergelijke momenten hebt ervaren die jou op enigerlei wijze hebben beïnvloedt.

Het is daarom, als eerste stap, van het grootste belang dat we ons hier (vaker) bewust van zijn. Of we het nu willen of niet, naast de ouder(s) hebben wij als leerkracht een belangrijke opvoedende taak (zowel in het PO als het VO). Zelfs als we deze taak niet willen accepteren en vooral onze ‘vakinhoud’ als grootste goed beschouwen, we zijn in de interactie met het kind toch (on)bewust bezig met opvoeden. En dat betekent dat we verantwoordelijkheid moeten nemen voor ons handelen en voor deze taak.

Deze opvoedende taak is niet makkelijk, soms zelfs verdomd moeilijk en tegelijkertijd ontzettend belangrijk.opvoeden-lastig-onderwijslessen
Het vraagt van ons docenten om tact, pedagogische tact. Door het NIVOZ prachtig gedefinieerd als: “Op het goede moment het juiste doen, óók in de ogen van de leerling”.

Naast bewustzijn is de volgende stap natuurlijk net zo belangrijk. Hoe pas je tact in de praktijk toe? Helaas bestaat hier geen kant en klaar recept voor. Elk kind is anders, elke interactie is anders. Er zijn zoveel factoren die van invloed kunnen zijn op het wel of niet slagen van een interactie tussen docent en kind. En ook al is je intentie zuiver, toch kan een kind je woorden heel anders opvatten dan dat je bedoeld had.

Toch is er gelukkig wel houvast te vinden; als je handelt vanuit je waarden, vanuit je hart en te alle tijden verbonden en in gesprek blijft, dan kan er maar weinig misgaan. Vraag jezelf af of jouw handelen echt in het belang van het kind zelf is. Ik geloof dat je als leerkracht dan niet (meer) met deuren slaat, dat je jouw machtspositie niet misbruikt, dat je het kind open en zonder oordeel vraagt hoe het met hem gaat en wat hij nodig heeft en dat je onvoorwaardelijk vertrouwen geeft aan ieder kind. Het kind zal dit belonen en beter en met meer plezier leren.

En natuurlijk weet ik uit ervaring dat het niet altijd even gemakkelijk is om tactvol te handelen, zeker zo vlak voor een vakantie op een moment dat het kind er toch wel heel duidelijk om lijkt te vragen achter het behang geplakt te worden. Toch vind ik dat jouw eigen ego, je humeur en het gedrag van het kind nooit een excuus mogen zijn om alle tact overboord te gooien en je rol als professional en opvoeder te vergeten. ‘Vervelend’ gedrag is een roep om hulp om het anders te kunnen doen. En jij bent er om die hulp te geven.

Dit alles vereist wel dat je jezelf een spiegel durft voor te houden, jezelf kwetsbaar opstelt en jezelf regelmatig afvraagt waarom jij handelt zoals je handelt. Daarbij is het kind zelf je grootste inspiratiebron. Vraag het kind open en oprecht wat jouw handelen met hem doet en neem dit mee in je toekomstige handelen.

Die spiegel kan heel confronterend en spannend zijn.

Maar, zoals gezegd, pedagogisch handelen is nu eenmaal niet voor softies.

– Christiaan

P.s.: lees hier een voorbeeld van pedagogische tact uit mijn eigen lessen

Word je enthousiast van wat ik schrijf? Ik zou het leuk vinden als je hier beneden een reactie achterlaat

180 Shares
Share
Share
WhatsApp
Tweet

Graag op de hoogte blijven van de nieuwste onderwijsinspiratie? Mis niets en meld je aan!

x